Citaat | Hoge Raad 26 juni 2012

Alinea 76 Hoge Raad 26 juni 2012

Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9036.

- het verzoek tot het horen van de getuige [betrokkene 1] en [betrokkene 6] wordt afgewezen, nu hier geen noodzaak toe is gebleken. Uit het dossier blijkt dat deze personen betalingen hebben verricht in de veronderstelling dat het terechte betalingen waren. Antwoorden op vragen aan deze personen kunnen niet bijdragen aan de beslissingen die het hof op grond van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering moet nemen. (...) Eventuele vragen over een telefoongesprek van [betrokkene 1] met [betrokkene 2] kunnen aan [betrokkene 2] gesteld worden."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcaaf3f98004cd700fcee7562f37be63a468506345138ed7a9401c8e533c89cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcaaf3f98004cd700fcee7562f37be63a468506345138ed7a9401c8e533c89cd, en de alinea staat in dat document op bytes 22065 tot 22636.