Citaat | Hoge Raad 22 juni 2012
Alinea 41 Hoge Raad 22 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9067.
3.4 Niet de kwalificatie die de interveniërende partij zelf aan haar processuele hoedanigheid heeft gegeven, maar de beoordeling van haar processuele positie door de rechter aan de hand van haar opstelling in het geding is beslissend voor haar processuele hoedanigheid. Gelet op de omstandigheden dat Damu, nadat zij in de procedure in eerste aanleg was verschenen, in de hoofdzaak het door Heineken tegen de vordering van Zeedijk gevoerde verweer steunde, ook zelf verweer heeft gevoerd tegen deze vordering, en tot afwijzing daarvan heeft geconcludeerd, heeft het hof kennelijk en terecht Damu in de hoofdzaak in eerste aanleg beschouwd als gevoegde partij aan de zijde van Heineken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44fca7819be6a814fd9fb4fc04a14dcdff95f344c3e7b9c6af1302d35a186bdc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44fca7819be6a814fd9fb4fc04a14dcdff95f344c3e7b9c6af1302d35a186bdc, en de alinea staat in dat document op bytes 11364 tot 12064.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44fca7819be6a814fd9fb4fc04a14dcdff95f344c3e7b9c6af1302d35a186bdc | shasum -a 256