Citaat | Hoge Raad 30 november 2012

Alinea 36 Hoge Raad 30 november 2012

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9073.

3.4.3. Voor het jaar 2001 moet, gelet op het hiervoor in 3.1.4 vermelde en het hiervoor in 3.3.2 overwogene, voor de toepassing van artikel 35b, lid 7, van de BRK ervan worden uitgegaan dat de plaats van de werkelijke leiding van belanghebbende niet in de Nederlandse Antillen was gevestigd. Hieruit volgt dat voor de toepassing van artikel 35b, lid 7, van de BRK belanghebbende in 2001 inwoner van Nederland is gebleven. Voor dat geval volgt uit de tekst van artikel 35b, lid 7, van de BRK en uit het doel van die bepaling zoals dat naar voren komt in de wetsgeschiedenis als weergegeven in onderdeel 6.15 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, dat op belanghebbende voor het jaar 2002 eenzelfde bewijslast rust als voor het jaar 2001. Dit geldt ook voor op het jaar 2002 volgende jaren, totdat belanghebbende heeft aangetoond dat in enig jaar de plaats van haar werkelijke leiding in de Nederlandse Antillen is komen te liggen. Met deze uitlegging van artikel 35b, lid 7, van de BRK strookt de door de Staatssecretaris van Financiën tijdens de parlementaire behandeling van de BRK gedane uitlating die in de toelichting op het middel wordt aangehaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0dfebf96c065ecb7b215d5c4ae840208720741c7058b26fd0a2b3cd17375d9fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0dfebf96c065ecb7b215d5c4ae840208720741c7058b26fd0a2b3cd17375d9fc, en de alinea staat in dat document op bytes 14760 tot 15931.