Citaat | Hoge Raad 26 juni 2012
Alinea 52 Hoge Raad 26 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9182.
2.3. Het Hof heeft het aan de verdachte onder 3 tenlastegelegde kennelijk aldus verstaan dat hem daarin - voor zover hier van belang - wordt verweten dat hij zich op 31 mei 2005 ten aanzien van twee rolsteigers heeft schuldig gemaakt aan diefstal in vereniging, althans het medeplegen van oplichting, althans het medeplegen van verduistering, en dat hij zich op 3 juni 2005 ten aanzien van twee (andere) rolsteigers eveneens heeft schuldig gemaakt aan diefstal in vereniging, althans het medeplegen van oplichting, althans het medeplegen van verduistering. Deze - aan de feitenrechter voorbehouden - uitleg van de tenlastelegging, waarin is vermeld dat de verdachte in de tenlastegelegde periode op verschillende tijdstippen heeft gehandeld, is niet onverenigbaar met de bewoordingen ervan en moet in cassatie worden geëerbiedigd. Het Hof heeft, door bewezen te verklaren dat de verdachte zich op 31 mei 2005 heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van verduistering, en op 3 juni 2005 aan het medeplegen van oplichting, zoals hiervoren onder 2.2.4 is weergegeven, de grondslag van de tenlastelegging niet verlaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2d0d18db5ec655e395db7f2dab8f3caaa757eb50827148ea0efceb9a3180663. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2d0d18db5ec655e395db7f2dab8f3caaa757eb50827148ea0efceb9a3180663, en de alinea staat in dat document op bytes 15630 tot 16761.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2d0d18db5ec655e395db7f2dab8f3caaa757eb50827148ea0efceb9a3180663 | shasum -a 256