Citaat | Hoge Raad 26 juni 2012

Alinea 68 Hoge Raad 26 juni 2012

Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9200.

2.5. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt voorts dat de verdachte aldaar geen verklaring heeft afgelegd met betrekking tot de in zaak B onder 2 en 5 en in zaak D tenlastegelegde feiten en dat de raadsman van de verdachte in hoger beroep geen vrijspraak van die feiten heeft bepleit. In zo een geval kan door het Hof op de voet van art. 359, derde lid, Sv met een opgave van de bewijsmiddelen worden volstaan, indien, bijvoorbeeld, de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e0cfbe03ddbfdf257c0945a4c55edc961e11c6d0f9246ce9b2c0ff1fe1376ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e0cfbe03ddbfdf257c0945a4c55edc961e11c6d0f9246ce9b2c0ff1fe1376ce, en de alinea staat in dat document op bytes 14199 tot 14787.