Citaat | Hoge Raad 26 juni 2012

Alinea 69 Hoge Raad 26 juni 2012

Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9200.

2.6. Het kennelijke oordeel van het Hof dat de verdachte met de hiervoor onder 2.2.4 weergegeven verklaringen de in zaak B onder 2 en 5 en in zaak D tenlastegelegde feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, is niet zonder meer begrijpelijk, nu deze verklaringen telkens niet alle voor bewezenverklaring noodzakelijke onderdelen, zoals die zijn ten laste gelegd, inhouden. Het middel klaagt daarover terecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e0cfbe03ddbfdf257c0945a4c55edc961e11c6d0f9246ce9b2c0ff1fe1376ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e0cfbe03ddbfdf257c0945a4c55edc961e11c6d0f9246ce9b2c0ff1fe1376ce, en de alinea staat in dat document op bytes 14807 tot 15234.