Citaat | Hoge Raad 5 oktober 2012
Alinea 53 Hoge Raad 5 oktober 2012
Een alinea uit Hoge Raad 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9230.
(iii) De programmamakers hebben in beginsel de vrijheid de misstand onder de aandacht van het publiek te brengen in de vorm die hun goeddunkt. Maar dit betekent niet dat geen gewicht in de schaal legt welk middel voor de openbaarmaking wordt gebruikt, en op welke wijze dit geschiedt. Ook volgens de eigen normen van de journalistieke beroepsgroep komt in dit verband betekenis toe aan de wijze van openbaarmaking. Volgens de Raad voor de Journalistiek worden in beginsel de eisen van hetgeen maatschappelijk aanvaardbaar is overschreden door het maken en openbaren van opnamen die zijn gemaakt met verborgen apparatuur en zonder toestemming of medeweten van de betrokkene. Een afwijking van die norm kan volgens deze Raad slechts toelaatbaar zijn wanneer zwaarwichtige redenen van algemeen belang dit rechtvaardigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17d9d8a1013118f42148de96b79820bde3c2ff8e42d9864bf3655f5194f9fb4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17d9d8a1013118f42148de96b79820bde3c2ff8e42d9864bf3655f5194f9fb4a, en de alinea staat in dat document op bytes 15300 tot 16131.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/17d9d8a1013118f42148de96b79820bde3c2ff8e42d9864bf3655f5194f9fb4a | shasum -a 256