Citaat | Hoge Raad 6 november 2012

Alinea 16 Hoge Raad 6 november 2012

Een alinea uit Hoge Raad 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9266.

2.2. In zijn arrest van 13 oktober 2009 (LJN BI1325, NJ 2009/531) heeft de Hoge Raad beslist dat bij de beoordeling van een beroep op art. 31 Vluchtelingenverdrag geen onderscheid moet worden gemaakt tussen "illegal entry or presence" enerzijds en het daarmee samenhangende bezit van valse identiteitspapieren anderzijds. Een andersluidende opvatting doet onvoldoende recht aan de bedoeling van art. 31 Vluchtelingenverdrag om vluchtelingen onder nadere, in het kader van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging te beoordelen voorwaarden, te vrijwaren van vervolging wegens "illegal entry or presence" en zou de met die bepaling beoogde bescherming van vluchtelingen ernstig tekortdoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0da2e42e42626917c25ce7ae73e81ddf3957abc1a96aebceefb0197619aabbb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0da2e42e42626917c25ce7ae73e81ddf3957abc1a96aebceefb0197619aabbb3, en de alinea staat in dat document op bytes 7614 tot 8338.