Citaat | Hoge Raad 6 november 2012

Alinea 25 Hoge Raad 6 november 2012

Een alinea uit Hoge Raad 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9266.

2.6. Met het uitgangspunt dat het Vluchtelingenverdrag ertoe strekt vluchtelingen bescherming te verlenen alsook met het uitgangspunt dat - gelet op het hiervoor onder 2.4 overwogene - in het kader van de beoordeling van het beroep van een vreemdeling op zijn status van vluchteling geen eenzijdige bewijslast op hem mag worden gelegd, strookt niet dat een vreemdeling die wordt vervolgd wegens het vervalste documenten in zijn bezit hebben of aangewend hebben in het kader van zijn vlucht, slechts dan met vrucht een beroep zou kunnen doen op art. 31 Vluchtelingenverdrag indien ten tijde van het instellen van de vervolging zou vaststaan dat hij aan alle voorwaarden voor de erkenning als vluchteling voldoet. Dat is in strijd met de geest van het Vluchtelingenverdrag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0da2e42e42626917c25ce7ae73e81ddf3957abc1a96aebceefb0197619aabbb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0da2e42e42626917c25ce7ae73e81ddf3957abc1a96aebceefb0197619aabbb3, en de alinea staat in dat document op bytes 12685 tot 13469.