Citaat | Hoge Raad 6 november 2012
Alinea 28 Hoge Raad 6 november 2012
Een alinea uit Hoge Raad 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9266.
2.9. Het is tegen deze achtergrond dat in HR 8 maart 2011, LJN BO2915, NJ 2011/242 is geoordeeld dat, kort gezegd, het openbaar ministerie handelt in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde en, voor zover hier van belang, het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging - dat in strafrechtspraak ook wel wordt omschreven als het verbod van willekeur - door tot vervolging over te gaan terwijl het, onder de omstandigheden als door het Hof in die zaak vastgesteld, niet evident was dat de verdachte niet de bescherming genoot van art. 31 Vluchtelingenverdrag. Dan gaat het er dus om dat tegen de achtergrond van de bescherming die het Vluchtelingenverdrag biedt, de lastige bewijspositie waarin een vreemdeling verkeert, en de mogelijkheid eerst later een vervolging in te stellen, een redelijk handelend lid van het openbaar ministerie niet tot vervolging ter zake van het misdrijf van art. 231 Sr kan overgaan zolang niet aannemelijk is dat de vreemdeling niet de bescherming geniet van art. 31 Vluchtelingenverdrag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0da2e42e42626917c25ce7ae73e81ddf3957abc1a96aebceefb0197619aabbb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0da2e42e42626917c25ce7ae73e81ddf3957abc1a96aebceefb0197619aabbb3, en de alinea staat in dat document op bytes 15137 tot 16195.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0da2e42e42626917c25ce7ae73e81ddf3957abc1a96aebceefb0197619aabbb3 | shasum -a 256