Citaat | Hoge Raad 26 juni 2012
Alinea 85 Hoge Raad 26 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9301.
In dat verband verdient opmerking dat de aanvrage miskent dat voor de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de strafvervolging, die als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komt, alleen plaats is ingeval het in het voorbereidend onderzoek in de strafzaak tegen de aanvrager - en dus niet tegen een ander - begane vormverzuim daarin heeft bestaan dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de aanvrager aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan (vgl. HR 30 maart 2004, LJN AM2533, NJ 2004/376), en voorts dat het de aanvrager is die tot op zekere hoogte aannemelijk zal moeten maken dat zich dat in zijn strafzaak daadwerkelijk heeft voorgedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/650fee96e9bbb565ff6c4a07d7969e0fc288601d4403b6ca239bbe05a7fc7917. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 650fee96e9bbb565ff6c4a07d7969e0fc288601d4403b6ca239bbe05a7fc7917, en de alinea staat in dat document op bytes 29834 tot 30750.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/650fee96e9bbb565ff6c4a07d7969e0fc288601d4403b6ca239bbe05a7fc7917 | shasum -a 256