Citaat | Hoge Raad 26 juni 2012
Alinea 91 Hoge Raad 26 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9301.
6.2. Voorts bevat de herzieningsaanvrage het verzoek tot het horen van vier getuigen. Bij de beoordeling van dit verzoek moet worden vooropgesteld dat art. 459 Sv voorschrijft dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid onder 2º, Sv, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken, zodat de aanvrager niet kan volstaan met het aanvoeren van een novum met het doel dat de Hoge Raad daarnaar een nader onderzoek zal (doen) verrichten. Het is dus de aanvrager die tot op zekere hoogte aannemelijk moet maken dat en waarom de eerder oordelende rechter tot een van de in art. 457, eerste lid onder 2°, Sv genoemde beslissingen zou zijn gekomen indien hij ten tijde van de behandeling van de strafzaak op de hoogte was geweest van hetgeen in de herzieningsaanvrage naar voren is gebracht (vgl. HR 18 maart 2008, LJN BA1024, rov. 6.6). Maar ook afgezien daarvan acht de Hoge Raad geen grond aanwezig voor inwilliging van het verzoek, aangezien in de afwijzing van de herzieningsaanvrage ligt besloten dat en waarom ook het verzoek wordt afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/650fee96e9bbb565ff6c4a07d7969e0fc288601d4403b6ca239bbe05a7fc7917. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 650fee96e9bbb565ff6c4a07d7969e0fc288601d4403b6ca239bbe05a7fc7917, en de alinea staat in dat document op bytes 31978 tot 33144.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/650fee96e9bbb565ff6c4a07d7969e0fc288601d4403b6ca239bbe05a7fc7917 | shasum -a 256