Citaat | Hoge Raad 3 juli 2012
Alinea 44 Hoge Raad 3 juli 2012
Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9987.
Vooropgesteld kan worden dat de vraag of van een daad van vervolging sprake is die de vervolging stuit, zich gewoonlijk zal voordoen in de strafzaak tegen degene die op dat moment vervolgd wordt. Bij de beantwoording van deze vraag is thans doorslaggevend of een eerdere daad van vervolging tegen die vervolgde gericht was; de daad van vervolging heeft thans "persoonlijke werking". De voorgestelde formulering verandert deze stand van zaken in die zin, dat ook een eerdere daad van vervolging die tegen een ander gericht was, de vervolging heeft gestuit. De stuitingsdaad krijgt "zakelijke werking". De voorgestelde redactie van artikel 72, eerste lid, Sr, brengt dit duidelijk onder woorden. De gekozen bewoordingen sporen daarbij met de stuitingsbepalingen in Frankrijk en België en het voormalige ontwerp-Benelux-verdrag inzake de verjaring, waarin eveneens steeds de zakelijke werking als uitgangspunt van de rechtsgevolgen van stuiting is gehanteerd (vgl. Van Dorst, a.w., p. 235-241). Zo luidt artikel 22 van het Belgische Wetboek van Strafvordering voor zover van belang: "(...) met die daden begint een nieuwe termijn van dezelfde duur te lopen, zelfs ten aanzien van hen die er niet bij betrokken zijn." Daarmee is tevens aangegeven waarom niet is gekozen voor de door het Openbaar Ministerie voorgestelde formulering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e2a4c59876c79555146abd618c9dbee8f402ff5608a405a7553cf173dcd4013. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e2a4c59876c79555146abd618c9dbee8f402ff5608a405a7553cf173dcd4013, en de alinea staat in dat document op bytes 17324 tot 18666.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e2a4c59876c79555146abd618c9dbee8f402ff5608a405a7553cf173dcd4013 | shasum -a 256