Citaat | Hoge Raad 9 november 2012
Alinea 54 Hoge Raad 9 november 2012
Een alinea uit Hoge Raad 9 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0736.
Allereerst heeft het hof de stelling van het Hoogheemraadschap verworpen dat een eventueel bestaande privaatrechtelijke gebruiksovereenkomst met [verweerder] zou zijn opgezegd bij zijn hiervoor in 3.1 onder (v) vermelde brief van 15 februari 2007 (rov. 3.2 - 3.6). De op 21 januari 1999 aan [verweerder] verleende ontheffing kan redelijkerwijs niet anders worden begrepen dan dat hij daarmee tevens toestemming heeft verkregen voor het privaatrechtelijk gebruik van het water of de waterbodem waarboven de steiger zich bevindt (rov. 3.8). Dat volgt in de eerste plaats uit de ontheffing zelf, die ziet op het maken en hebben van een steiger, terwijl niet is in te zien hoe ondanks toestemming voor het hebben van een steiger, de houder geen toestemming zou zijn verleend voor het gebruik van het onder de steiger gelegen water en de waterbodem (rov. 3.8.1). Het blijkt bovendien uit de algemene voorwaarden die aan de ontheffing zijn verbonden, waarvan enkele een duidelijk privaatrechtelijk karakter hebben (rov. 3.8.2). Voorts is van belang dat [verweerder] uit de (hiervoor in 3.1 onder (iii) geciteerde) tekst van de bij de ontheffing gevoegde mededelingen redelijkerwijs mocht afleiden dat, nu in het onderhavige geval de grond eigendom was van het Waterschap, geen toestemming nodig was van de eigenaar en dat deze toestemming kennelijk was vervat in de vergunning (rov. 3.8.3). De enkele omstandigheid dat de door [verweerder] voor de ontheffing betaalde eenmalige vergoeding van ƒ 150,-- 'retributie' wordt genoemd, hetgeen duidt op een publiekrechtelijke vergoeding, is onvoldoende voor het oordeel dat hij moest begrijpen dat het Waterschap zich het recht voorbehield om later een privaatrechtelijke gebruiksvergoeding te verlangen; het bewijsaanbod van het Hoogheemraadschap dat het bedrag van ƒ150,-- slechts een vergoeding inhield voor het verlenen van de ontheffing, wordt gepasseerd nu niet is aangegeven welke feiten en omstandigheden het betreft (rov. 3.8.4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab61fbae3d789a27f631736cd6b3600542c763cdcead1469d4e5fed332bcf94b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab61fbae3d789a27f631736cd6b3600542c763cdcead1469d4e5fed332bcf94b, en de alinea staat in dat document op bytes 15785 tot 17777.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab61fbae3d789a27f631736cd6b3600542c763cdcead1469d4e5fed332bcf94b | shasum -a 256