Citaat | Hoge Raad 9 november 2012

Alinea 64 Hoge Raad 9 november 2012

Een alinea uit Hoge Raad 9 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0736.

Ook het tegen rov. 3.8.5 gerichte onderdeel 4.1 treft doel. Het onderdeel voert terecht aan dat de overweging van het hof dat [verweerder] vele jaren daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van de steiger, zonder dat het Hoogheemraadschap dit als een onrechtmatig gebruik heeft aangemerkt, onvoldoende is om aan te nemen dat het Hoogheemraadschap vertrouwen heeft gewekt dat geen vergoeding gebaseerd op zijn eigendomsrecht meer zou worden gevraagd, of dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat het Hoogheemraadschap dat thans alsnog doet. Het onderdeel verwijst naar diverse door het Hoogheemraadschap in de feitelijke instanties gestelde omstandigheden ter rechtvaardiging van het alsnog vragen van een vergoeding en - toen [verweerder] weigerde die te betalen - ter rechtvaardiging van de opzegging van het gebruiksrecht door middel van de brief van 25 januari 2010, op welke opzegging de vordering tot verwijdering van de steiger mede is gebaseerd. Die omstandigheden houden onder meer in dat het Hoogheemraadschap na de fusie van vier waterschappen een uniform eigendommenbeleid heeft vastgesteld, gebaseerd op marktconformiteit, en dat de positie van [verweerder] door het aangaan van de privaatrechtelijke gebruiksregeling niet onredelijk wordt verzwaard, waarbij mede wordt gewezen op het feit dat deze regeling drie overgangstermijnen van elk drie jaar kent. Het hof heeft een en ander ten onrechte niet in zijn beoordeling betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab61fbae3d789a27f631736cd6b3600542c763cdcead1469d4e5fed332bcf94b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab61fbae3d789a27f631736cd6b3600542c763cdcead1469d4e5fed332bcf94b, en de alinea staat in dat document op bytes 26631 tot 28119.