Citaat | Hoge Raad 13 november 2012

Alinea 37 Hoge Raad 13 november 2012

Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0806.

Ik werk als huishoudelijke hulp bij [benadeelde 3], wonende aan de [b-straat 1] te [plaats]. Op 29 april 2008 ben ik naar de woning van [benadeelde 3] gegaan om daar te gaan werken. Ik was hier rond 9.30 uur. De woning is gelegen op de eerste verdieping. Op het moment dat ik naar binnen liep, kwam er een man de trap naar beneden gelopen. Ik hoorde dat de man iets mompelde in de trant van: "Ik ben de messen- en scharensliep". Ik ben naar boven gelopen en zag dat [benadeelde 3] nog haar portemonnee in haar handen had. Ik heb toen aan haar gevraagd wat die man hier kwam doen. Ik hoorde dat zij zei dat hij van de meter was en dat er een nieuwe meter moest komen. Ze had 50 euro aan de man gegeven. Ik kan de man als volgt omschrijven:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5727c8db18fa4e357906e7c5533ab5870f79233df4565b482936339641642c85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5727c8db18fa4e357906e7c5533ab5870f79233df4565b482936339641642c85, en de alinea staat in dat document op bytes 15054 tot 15805.