Citaat | Hoge Raad 13 november 2012

Alinea 60 Hoge Raad 13 november 2012

Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0806.

2.4.1. Voor het antwoord op de vraag of uit door een verdachte gebezigde leugenachtige mededelingen kan worden afgeleid dat het slachtoffer door een samenweefsel van verdichtsels is bewogen tot afgifte van een goed, als bedoeld in art. 326 Sr, komt het aan op alle omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden behoren de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de (geheel of gedeeltelijk) onware mededelingen in hun onderlinge samenhang, de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid degene tot wie de onwaarachtige mededelingen waren gericht aanleiding had behoren te geven die onwaarachtigheid te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen, en de persoonlijkheid van het slachtoffer (vgl. HR 15 november 2011, LJN BQ8600, NJ 2012/279).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5727c8db18fa4e357906e7c5533ab5870f79233df4565b482936339641642c85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5727c8db18fa4e357906e7c5533ab5870f79233df4565b482936339641642c85, en de alinea staat in dat document op bytes 19815 tot 20646.