Citaat | Hoge Raad 13 november 2012

Alinea 61 Hoge Raad 13 november 2012

Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0806.

2.4.2. De bewezenverklaringen van feit 1 en feit 2, voor zover inhoudende dat de verdachte [benadeelde 1] en [benadeelde 2] door een samenweefsel van verdichtsels heeft bewogen tot afgifte van geld, kunnen, gelet op hetgeen hiervoor onder 2.4.1 is overwogen, niet uit de inhoud van de door het Hof gebezigde (onder 2.2.2 weergegeven) bewijsmiddelen worden afgeleid. De enkele leugenachtige mededeling van de verdachte dat de opbrengst van de verkoop van het schoonmaakgerei voor een goed doel was bestemd, terwijl hij in werkelijkheid voornemens was die opbrengst voor zichzelf te behouden, is daarvoor onvoldoende. In zoverre is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5727c8db18fa4e357906e7c5533ab5870f79233df4565b482936339641642c85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5727c8db18fa4e357906e7c5533ab5870f79233df4565b482936339641642c85, en de alinea staat in dat document op bytes 20666 tot 21378.