Citaat | Hoge Raad 6 november 2012

Alinea 41 Hoge Raad 6 november 2012

Een alinea uit Hoge Raad 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0863.

(...) Op dat moment duwde [slachtoffer] de man van zich af en begon over de weg naar de overkant te lopen. Ik zag [slachtoffer] de vangrails over gaan. Ik bedoel de eerste vangrail in de middenberm. Hij liep richting de andere vangrail in de middenberm. Ik rende naar mijn auto en wilde wegrijden. De man riep "stop" tegen mij en schoot op mij. Ik was met mijn rug naar de man toe. Dus ik heb niet gezien of hij echt op mij richtte. (...) De man ging [slachtoffer] achterna. Op het moment dat ik zag dat [slachtoffer] de vangrail over was gegaan, waarover ik zojuist heb verklaard, had de man al op mij geschoten. Ik hoorde schoten en verder heb ik niets meer gezien. Ik ben in de tussentijd naar mijn auto gelopen, en probeerde de sleutels in het contact te steken. De sleutelbos viel op de grond. Toen ik de sleutels op pakte was de man alweer terug. Hij ging in de auto zitten met een wapen in de hand. Hij hield de hand met het wapen op zijn benen. (...) Ik dacht dat hij [slachtoffer] niet had kunnen krijgen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fcdd7f87d6d436d418d903bb2b1c1a30c0f7741a3b231a02805cb9decaeb795. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fcdd7f87d6d436d418d903bb2b1c1a30c0f7741a3b231a02805cb9decaeb795, en de alinea staat in dat document op bytes 15827 tot 16855.