Citaat | Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 7 Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0882.

Belanghebbende heeft over het eerste, het tweede, het derde en het vierde kwartaal van het jaar 2005, het eerste, het tweede, het derde en het vierde kwartaal van het jaar 2006 en het eerste kwartaal van het jaar 2007 op aangifte bedragen van respectievelijk € 21.739,30, € 73.877,65, € 82.049,00, € 32.346,00, € 17.115,45, € 81.067,80, € 88.636,90, € 38.012,15 en € 21.804,75 aan vermakelijkheidsretributie voldaan. Zij heeft vervolgens hiertegen bezwaar gemaakt, welk bezwaren, met uitzondering van het bezwaar tegen het op aangifte voldane bedrag over het tweede kwartaal 2005, bij uitspraken van de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam (hierna: de heffingsambtenaar) ongegrond zijn verklaard. Het bezwaar tegen het op aangifte voldane bedrag over het tweede kwartaal 2005 is bij uitspraak van de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aeb85c8f9e102b6b5deab947bf3f142341ffa0e859fdc22725e4b0b6c3c0f4b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aeb85c8f9e102b6b5deab947bf3f142341ffa0e859fdc22725e4b0b6c3c0f4b6, en de alinea staat in dat document op bytes 5238 tot 6123.