Citaat | Hoge Raad 28 augustus 2012
Alinea 48 Hoge Raad 28 augustus 2012
Een alinea uit Hoge Raad 28 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX3828.
Ik heb echter geen enkel toereikend bewijsmiddel aangetroffen op grond waarvan geconcludeerd zou kunnen worden, dat [verdachte] wetenschap had van deze voorwerpen. Uit niets blijkt dat bedoelde voorwerpen zodanig in die berging waren opgeborgen dat die zichtbaar moeten zijn geweest voor [verdachte]. Zijn partner en gasten verbleven veelal buiten zijn aanwezigheid in de woning en ook in die berging. Zij hadden daarmee alle gelegenheid zich met zaken bezig te houden waar [verdachte] niet van op de hoogte was. Ook anderszins kan niet worden vastgesteld dat hij wist of had moeten weten, dat er verboden wapens, onderdelen daarvan en munitie in die gehuurde berging lagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/627aa0ca1fc1ba5efd91afa0ed583ae7ea5cd2f0ca73bce04647db4dc80fd3f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 627aa0ca1fc1ba5efd91afa0ed583ae7ea5cd2f0ca73bce04647db4dc80fd3f7, en de alinea staat in dat document op bytes 10558 tot 11245.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/627aa0ca1fc1ba5efd91afa0ed583ae7ea5cd2f0ca73bce04647db4dc80fd3f7 | shasum -a 256