Citaat | Hoge Raad 25 september 2012
Alinea 19 Hoge Raad 25 september 2012
Een alinea uit Hoge Raad 25 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4100.
3.4. Dit brengt, nu de wet niet anders bepaalt, mee dat de vordering waarmee een benadeelde partij zich op de voet van art. 421, derde lid, Sv in hoger beroep heeft gevoegd, na vernietiging van de in die instantie gedane uitspraak en terug- of verwijzing van de zaak voor een nieuwe behandeling, deel blijft uitmaken van hetgeen in hoger beroep moet worden beoordeeld en beslist, tenzij uit de beslissing van de Hoge Raad het tegendeel voortvloeit. In zoverre verschilt de positie van de benadeelde partij die zich op de in art. 421, derde lid, Sv bedoelde wijze met haar vordering in hoger beroep heeft gevoegd, na vernietiging van het in dat hoger beroep gewezen arrest en terug- of verwijzing van de zaak voor een nieuwe behandeling niet van de positie van de benadeelde partij wier vordering reeds in eerste aanleg (geheel of gedeeltelijk) is toegewezen en krachtens art. 421, tweede lid, Sv van rechtswege voortdurend, aan het oordeel van de appelrechter is onderworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/378d353d84cb58f6b667c4773a59372d8966f5f61a744236169ea9bcd8d0022d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 378d353d84cb58f6b667c4773a59372d8966f5f61a744236169ea9bcd8d0022d, en de alinea staat in dat document op bytes 8761 tot 9750.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/378d353d84cb58f6b667c4773a59372d8966f5f61a744236169ea9bcd8d0022d | shasum -a 256