Citaat | Hoge Raad 25 september 2012
Alinea 20 Hoge Raad 25 september 2012
Een alinea uit Hoge Raad 25 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4100.
3.5. De benadeelde partij heeft zich op de voet van art. 421, derde lid, Sv met haar vordering in hoger beroep gevoegd. Bij het nadien door de Hoge Raad vernietigde arrest van het Hof van 13 februari 2008 is zij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Uit het hiervoor overwogene volgt dat die vordering na terugwijzing van de zaak voor een nieuwe behandeling deel uitmaakte van hetgeen het Hof had te beoordelen en te beslissen. 's Hofs oordeel dat de benadeelde partij haar vordering na terugwijzing van de zaak niet heeft gehandhaafd, geeft derhalve blijk van miskenning van het hiervoor overwogene. De omstandigheid dat de benadeelde partij kennelijk niet heeft geantwoord op de brief van het Ressortsparket van 4 oktober 2010 met het verzoek mee te delen of zij de vordering waarvoor zij zich had gevoegd, wenste te handhaven, doet daaraan niet af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/378d353d84cb58f6b667c4773a59372d8966f5f61a744236169ea9bcd8d0022d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 378d353d84cb58f6b667c4773a59372d8966f5f61a744236169ea9bcd8d0022d, en de alinea staat in dat document op bytes 9770 tot 10643.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/378d353d84cb58f6b667c4773a59372d8966f5f61a744236169ea9bcd8d0022d | shasum -a 256