Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2012
Alinea 35 Hoge Raad 2 oktober 2012
Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5001.
De verklaring van [slachtoffer] vindt bovendien steun in de verklaringen van de moeder van [slachtoffer] en van [betrokkene 1], de broer van [slachtoffer] en zoon van verdachte. Beiden verklaren met verdachte te hebben gesproken over wat [slachtoffer] is aangedaan. Tegenover de moeder van [slachtoffer] heeft verdachte, na confrontatie met de dagboekaantekeningen, verklaard 'het boetekleed aan te trekken' en tegen [betrokkene 1] heeft verdachte verklaard over het seksuele misbruik met [slachtoffer]. Beide getuigen hebben hun verklaring op dit punt bevestigd tegenover de rechter-commissaris. Tenslotte acht het hof het van belang dat door het buurmeisje [betrokkene 2] is verklaard dat zij gezien heeft dat aangeefster toen die ongeveer 5 jaar was met haar handje aan haar plasser zat en gehoord heeft dat aangeefster toen zei: 'papa doet zijn plasser daar'. De stelling van de raadsvrouw, dat de tenlastegelegde handelingen uitsluitend op basis van een enkele bron, te weten de verklaringen van [slachtoffer], bewezen zouden kunnen worden, gaat gelet op het vorenstaande niet op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2affac71f10239826765a494e3c5d0f1d3dda35945d1634acec30e6ebb39d2d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2affac71f10239826765a494e3c5d0f1d3dda35945d1634acec30e6ebb39d2d5, en de alinea staat in dat document op bytes 15771 tot 16870.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2affac71f10239826765a494e3c5d0f1d3dda35945d1634acec30e6ebb39d2d5 | shasum -a 256