Citaat | Hoge Raad 25 september 2012
Alinea 63 Hoge Raad 25 september 2012
Een alinea uit Hoge Raad 25 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5014.
[Medeverdachte] heeft verklaard dat zij in september 2007 een Turkse man aan de deur kreeg die haar een verzekering wilde verkopen. Tijdens het gesprek werd haar duidelijk dat hij ook in geldleningen en/of kredieten kon bemiddelen. [Medeverdachte] heeft te kennen gegeven een bedrag van € 32.000,00 euro te willen lenen. De Turkse man zei dat hij [verdachte] heette. Op 11 september 2007 kwam dezelfde man, nu in gezelschap van een vrouw, opnieuw bij [medeverdachte] langs. [Medeverdachte] heeft tijdens dit bezoek een kredietaanvraagformulier van haar handtekening voorzien. Dat formulier is vervolgens door de man is meegenomen. Tevens heeft de man bij dit tweede bezoek de digipas van [medeverdachte] meegenomen. Voorts heeft [medeverdachte] aan de man tijdens één van zijn bezoeken een bankafschrift met daarop haar (het hof begrijpt:) bankrekeningnummer afgegeven. [Medeverdachte] herkent van een politiefoto de man die bij haar aan de deur is geweest. De politiefoto betreft verdachte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e642826207e01872c0e9356c7a0f3d37a83e2caa05f471dd70f870580349bb8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e642826207e01872c0e9356c7a0f3d37a83e2caa05f471dd70f870580349bb8d, en de alinea staat in dat document op bytes 17312 tot 18320.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e642826207e01872c0e9356c7a0f3d37a83e2caa05f471dd70f870580349bb8d | shasum -a 256