Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2012
Alinea 32 Hoge Raad 2 oktober 2012
Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5111.
3.5. Het Hof heeft vastgesteld dat in deze zaak sprake is van een vormverzuim als hiervoor onder 3.3 bedoeld. Het Hof heeft geoordeeld dat de (belastende) verklaring die de verdachte bij gelegenheid van zijn eerste verhoor door de politie heeft afgelegd bruikbaar is voor het bewijs, ook al is hij voorafgaand aan dit verhoor niet in de gelegenheid gesteld een raadsman te raadplegen. Dat oordeel berust op de overwegingen, kort gezegd, dat hij nadien, na raadpleging van een advocaat, tijdens het nadere verhoor door de politie en tijdens zijn ondervraging ter terechtzitting van de Rechtbank niet is teruggekomen van zijn eerste verklaring, en bij zijn bij de politie afgelegde verklaring is gebleven. Door het verweer op deze grond te verwerpen en de bedoelde verklaring tot het bewijs te bezigen, heeft het Hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR 21 december 2010, LJN BN9293).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb38075cf21c4cd82c637e341c94169f44a8a49f064c838ea3b12385448c0f12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb38075cf21c4cd82c637e341c94169f44a8a49f064c838ea3b12385448c0f12, en de alinea staat in dat document op bytes 10275 tot 11189.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb38075cf21c4cd82c637e341c94169f44a8a49f064c838ea3b12385448c0f12 | shasum -a 256