Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2012
Alinea 22 Hoge Raad 9 oktober 2012
Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5513.
Zoals hiervoor is overwogen, ontleenden de verbalisanten hun bevoegdheid om van verdachte te vorderen zich te verwijderen aan artikel B.1.2. van de APV. De bevoegdheid om verdachte, die niet aan de vordering voldeed, bij betrapping op heterdaad aan te houden vloeide eveneens rechtstreeks voort uit artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, en daarmee was de rechtmatigheid van die (ambts)handeling van de verbalisanten gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/345fdda8fbdc3429ef253c23d2ac729fdf579e784f520d218a762ca09a24060f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 345fdda8fbdc3429ef253c23d2ac729fdf579e784f520d218a762ca09a24060f, en de alinea staat in dat document op bytes 8422 tot 8869.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/345fdda8fbdc3429ef253c23d2ac729fdf579e784f520d218a762ca09a24060f | shasum -a 256