Citaat | Hoge Raad 23 oktober 2012

Alinea 36 Hoge Raad 23 oktober 2012

Een alinea uit Hoge Raad 23 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX6752.

art. 360, eerste en vierde lid, Sv behoort de rechter het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, als bedoeld in art. 344a, derde lid, Sv, op straffe van nietigheid nader te motiveren. Dit betekent dat de rechter zal moeten aangeven dat aan de eisen van art. 344a, derde lid, Sv is voldaan, terwijl hij tevens blijk ervan dient te geven zelfstandig de betrouwbaarheid van de anonieme verklaring te hebben onderzocht (vgl. HR 11 mei 1999, LJN ZD1460, NJ 1999/526).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cff6fb6f1b0e9c0b2f47806143ef757582491304e931b58c776ab4e67d5d4ec4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cff6fb6f1b0e9c0b2f47806143ef757582491304e931b58c776ab4e67d5d4ec4, en de alinea staat in dat document op bytes 10716 tot 11275.