Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2012
Alinea 68 Hoge Raad 9 oktober 2012
Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX6949.
3.2.3. Gelet hierop moet worden aangenomen dat het in art. 9, derde lid, van het Verdrag bedoelde bewijsmateriaal volgens Nederlands recht de aanhouding en dagvaarding van de opgeëiste persoon zou rechtvaardigen indien het (materiële) feit in Nederland zou zijn gepleegd. Bewijsmateriaal met betrekking tot bestanddelen van de buitenlandse strafbaarstelling die de Nederlandse strafbepaling niet kent, behoeft dus niet bij het uitleveringsverzoek te worden gevoegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fe0f796b73ce3d3911de7afc39716c7939f60e5a816c16ab6714cbc757aced8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fe0f796b73ce3d3911de7afc39716c7939f60e5a816c16ab6714cbc757aced8, en de alinea staat in dat document op bytes 21595 tot 22075.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0fe0f796b73ce3d3911de7afc39716c7939f60e5a816c16ab6714cbc757aced8 | shasum -a 256