Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2012
Alinea 74 Hoge Raad 9 oktober 2012
Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX6949.
"Artikel 9 is van procedurele aard. Het bevat een aanduiding van de stukken, die een formeel verzoek om uitlevering moeten vergezellen (...). Van belang is het bepaalde in het derde lid, onder (b). Dit beantwoordt aan het in het uitleveringsrecht van common law landen traditionele vereiste dat verzoeken om uitlevering ter fine van vervolging onderbouwd moeten zijn met het nodige bewijsmateriaal. De common law landen stellen op dit punt niet alle even zware eisen. Naar Amerikaans recht behoeft er geen sprake te zijn van z.g. "prima facie evidence", zoals bij voorbeeld in het Verenigd Koninkrijk, doch is voldoende als er sprake is van "probable cause".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fe0f796b73ce3d3911de7afc39716c7939f60e5a816c16ab6714cbc757aced8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fe0f796b73ce3d3911de7afc39716c7939f60e5a816c16ab6714cbc757aced8, en de alinea staat in dat document op bytes 23446 tot 24118.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0fe0f796b73ce3d3911de7afc39716c7939f60e5a816c16ab6714cbc757aced8 | shasum -a 256