Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2012
Alinea 75 Hoge Raad 9 oktober 2012
Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX6949.
Termen als prima facie evidence en probable cause zijn moeilijk in Nederlandse begrippen om te zetten. De meeste gelijkenis met onderzoek of voldoende bewijs voor "probable cause" aanwezig is, vormt het onderzoek van de rechtbank naar aanleiding van een bezwaarschrift tegen een kennisgeving van verdere vervolging ex artikel 250 Wetboek van Strafvordering. Bij dit onderzoek beziet de rechtbank marginaal de aanwijzingen van schuld welke de officier van justitie, eventueel na onderzoek door de rechter-commissaris, kan leveren. Omdat deze bepaling van het verdragsartikel ook door de Nederlandse rechter bij het onderzoek naar de genoegzaamheid der stukken, als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de Uitleveringswet, zal moeten worden toegepast, zal deze daarbij de maatstaven kunnen aanleggen, welke overeenkomen met de maatstaven die hij bij toepassing van artikel 250 Wetboek van Strafvordering zou hanteren. Het onderzoek naar de schuld van de opgeëiste persoon aan de feiten waarvoor zijn uitlevering wordt gevraagd gaat verder dan het onderzoek bedoeld in het derde en vierde lid van artikel 26 van de Uitleveringswet. Die bepalingen blijven dan ook buiten toepassing."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fe0f796b73ce3d3911de7afc39716c7939f60e5a816c16ab6714cbc757aced8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fe0f796b73ce3d3911de7afc39716c7939f60e5a816c16ab6714cbc757aced8, en de alinea staat in dat document op bytes 24126 tot 25321.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0fe0f796b73ce3d3911de7afc39716c7939f60e5a816c16ab6714cbc757aced8 | shasum -a 256