Citaat | Hoge Raad 11 september 2012
Alinea 33 Hoge Raad 11 september 2012
Een alinea uit Hoge Raad 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7004.
Alle zaken waarvan al bij het begin van de procedure kan worden vastgesteld dat de klachten klaarblijkelijk geen kans van slagen hebben of dat de insteller klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, zodat een behandeling van de aangevoerde klachten in cassatie niet is gerechtvaardigd, zou de Hoge Raad zo spoedig mogelijk na binnenkomst moeten kunnen afdoen. De invoering van een dergelijke versnelde afdoening ligt in de lijn van een ontwikkeling die is ingezet met de invoering van artikel 81 (destijds 101a) Wet RO. Zij is thans noodzakelijk omdat de Hoge Raad en het parket worden geconfronteerd met een - per sector in aantal verschillend - aanmerkelijk aantal cassatieberoepen waarin geen vragen aan de orde zijn waarvan de beantwoording in het belang is van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, terwijl evenmin een belangrijk aspect van rechtsbescherming aan de orde is. Deze zaken moeten op een zo snel en eenvoudig mogelijke wijze kunnen worden afgedaan, onder meer om deze zaken een zo gering mogelijk beslag te laten leggen op de beperkte capaciteit van de Hoge Raad en het parket.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd9be58b041536bd0b80743ae666fcd4e1b593caf6fc0b2448aa745784212995. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd9be58b041536bd0b80743ae666fcd4e1b593caf6fc0b2448aa745784212995, en de alinea staat in dat document op bytes 12859 tot 13993.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd9be58b041536bd0b80743ae666fcd4e1b593caf6fc0b2448aa745784212995 | shasum -a 256