Citaat | Hoge Raad 23 november 2012
Alinea 60 Hoge Raad 23 november 2012
Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7264.
3.10 Het vijfde onderdeel is gericht tegen rov. 2.21 - 2.23 waarin het hof oordeelt dat de erven er niet in zijn geslaagd voldoende aannemelijk te maken dat het hersenletsel van [betrokkene 3] ook (in deze mate) zou zijn opgetreden indien wel adequate CTG-registratie had plaatsgevonden. Het klaagt onder meer dat het hof heeft miskend dat voor het hier te leveren tegenbewijs niet vereist is dat de erven tegendeelbewijs leveren, althans aannemelijk maken dat de normschending niet de oorzaak van de schade is, maar ook kunnen volstaan met het aannemelijk maken dat de schade door mogelijk andere oorzaken is of kan zijn ontstaan. Het verwijt het hof dat het ten onrechte niet is ingegaan op de twijfels die ten processe zijn blijven bestaan, maar zich heeft beperkt tot het oordeel dat de erven niet aannemelijk hebben gemaakt dat sprake was van diabetes gravidarum, dan wel hyperinsulinisme anderszins (onderdeel 5a).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5df9bcbdc22b785f068728039796d2e5d1b07493a06254dc264e5aa337b0bbbc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5df9bcbdc22b785f068728039796d2e5d1b07493a06254dc264e5aa337b0bbbc, en de alinea staat in dat document op bytes 28897 tot 29830.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5df9bcbdc22b785f068728039796d2e5d1b07493a06254dc264e5aa337b0bbbc | shasum -a 256