Citaat | Hoge Raad 30 november 2012
Alinea 49 Hoge Raad 30 november 2012
Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7487.
De rechtbank heeft kennelijk bekendheid van de Gemeente met dat gevaar aanwezig verondersteld op het tijdstip waarop dit gevaar is ontstaan, waarbij zij in het midden mocht laten op welk tijdstip dat gevaar precies is ontstaan. Daartoe gaf - en geeft - het debat tussen partijen geen aanleiding, mede gelet op het feit dat de bewoners zich slechts baseren op een in algemene termen gesteld 'gevaar', en zelf ook geen duidelijk standpunt hebben ingenomen ten aanzien van het tijdstip waarop het gevaar is ontstaan (rov. 2.3). Mede in het licht van het arrest van de Hoge Raad van 17 december 2010, LJN BN6236, NJ 2012/155, is de vraag of de riolering voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen in de zin van art. 6:174 lid 1 BW - en dus of daaraan een 'gebrek' kleefde - in wezen dezelfde als de vraag of de Gemeente onrechtmatig jegens de bewoners heeft gehandeld. In beide gevallen speelt de eventuele afwezigheid van subjectieve kennis bij de Gemeente van het gevaar geen rol, aangezien in het eerste geval deze onbekendheid geen disculpatie oplevert en de bekendheid in het tweede geval wordt verondersteld. In dit verband wordt tot uitgangspunt genomen dat stelplicht en bewijslast ten aanzien van de vraag of de riolering gebrekkig was, op de bewoners rusten (rov. 2.5). Het hof zal de grieven in dat licht beoordelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e73ed3a01d9feff445bdb9f8cb17530c02ab52a853c0aa18dead8cd7cfda9e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e73ed3a01d9feff445bdb9f8cb17530c02ab52a853c0aa18dead8cd7cfda9e5, en de alinea staat in dat document op bytes 12757 tot 14128.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e73ed3a01d9feff445bdb9f8cb17530c02ab52a853c0aa18dead8cd7cfda9e5 | shasum -a 256