Citaat | Hoge Raad 30 november 2012
Alinea 55 Hoge Raad 30 november 2012
Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7487.
Voor aansprakelijkheid op de voet van art. 6:174 lid 1 BW is in beginsel vereist dat de eiser stelt en, bij voldoende gemotiveerde tegenspraak, bewijst (i) dat de opstal niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen (anders gezegd: dat zij gebrekkig is), (ii) dat zij daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, en (iii) dat dit gevaar zich heeft verwezenlijkt. De gedaagde - de bezitter van de opstal - kan in beginsel ermee volstaan de toepasselijkheid van deze drie cumulatieve voorwaarden voor aansprakelijkheid te betwisten. Hij kan daarnaast - of uitsluitend - het bevrijdende verweer voeren dat, zelfs al zou aan deze voorwaarden voor aansprakelijkheid zijn voldaan, toch geen aansprakelijkheid is ontstaan omdat in de omstandigheden van het concrete geval, aansprakelijkheid op de voet van afdeling 6.3.1 zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend (hierna ook: de tenzijclausule). Stelplicht en bewijslast van de voorwaarden voor toepasselijkheid van deze uitzondering rusten op de bezitter van de opstal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e73ed3a01d9feff445bdb9f8cb17530c02ab52a853c0aa18dead8cd7cfda9e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e73ed3a01d9feff445bdb9f8cb17530c02ab52a853c0aa18dead8cd7cfda9e5, en de alinea staat in dat document op bytes 17811 tot 18936.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e73ed3a01d9feff445bdb9f8cb17530c02ab52a853c0aa18dead8cd7cfda9e5 | shasum -a 256