Citaat | Hoge Raad 30 november 2012
Alinea 58 Hoge Raad 30 november 2012
Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7487.
Overigens is de door het middel verdedigde stelling onjuist. Indien de rechter die over de feiten oordeelt daartoe aanleiding vindt, staat het hem vrij uitsluitend te beoordelen of het beroep van de bezitter van de opstal op de tenzijclausule slaagt en, indien dit het geval is, op die grond de vordering af te wijzen, voor zover deze is gebaseerd op art. 6:174 lid 1 BW. Daarbij dient de rechter dan veronderstellenderwijs ervan uit te gaan dat aan de voormelde drie cumulatieve voorwaarden voor aansprakelijkheid ingevolge deze bepaling is voldaan, en bovendien dat de bezitter van de opstal het hiervoor in 4.1 onder (ii) bedoelde gevaar kende op het tijdstip van het ontstaan ervan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e73ed3a01d9feff445bdb9f8cb17530c02ab52a853c0aa18dead8cd7cfda9e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e73ed3a01d9feff445bdb9f8cb17530c02ab52a853c0aa18dead8cd7cfda9e5, en de alinea staat in dat document op bytes 19867 tot 20566.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e73ed3a01d9feff445bdb9f8cb17530c02ab52a853c0aa18dead8cd7cfda9e5 | shasum -a 256