Citaat | Hoge Raad 20 november 2012

Alinea 24 Hoge Raad 20 november 2012

Een alinea uit Hoge Raad 20 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY0198.

4.3. Art. 334, vierde lid (oud), Sv, thans art. 334, derde lid, Sv, welke bepaling ingevolge art. 415 Sv van overeenkomstige toepassing is op het geding in hoger beroep, strekt op straffe van nietigheid ertoe dat de benadeelde partij in de gelegenheid wordt gesteld haar vordering toe te lichten of te doen toelichten en te reageren op het standpunt dat ten aanzien van die vordering door het Openbaar Ministerie wordt ingenomen. Deze bepaling gaat derhalve ervan uit dat de benadeelde partij haar vordering eerst na het requisitoir zal toelichten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f1175fce46c0994a442c5ab891049741348aa9ee0edef18b97fcdabc1cd8198. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f1175fce46c0994a442c5ab891049741348aa9ee0edef18b97fcdabc1cd8198, en de alinea staat in dat document op bytes 8602 tot 9163.