Citaat | Hoge Raad 20 november 2012
Alinea 27 Hoge Raad 20 november 2012
Een alinea uit Hoge Raad 20 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY0251.
"Nadat de ondervraging van de verdachte heeft plaatsgehad en de aanwezige getuigen en deskundigen zijn gehoord, kan de officier van justitie het woord voeren; hij legt zijn vordering na voorlezing aan de rechtbank over. De vordering omschrijft de straf en maatregel, indien oplegging daarvan wordt geëist; zij vermeldt in dat geval tevens welk strafbaar feit zou zijn begaan. De officier van justitie maakt, voor zover zulks aan de verdachte niet reeds eerder was gebleken, kenbaar of hij voornemens is een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken, alsmede of daartoe een strafrechtelijk financieel onderzoek, als bedoeld in artikel 126 is ingesteld. Van deze mededeling van de officier van justitie wordt in het proces-verbaal van de terechtzitting aantekening gemaakt."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c01f57fef4bdb4922efdfeeaeca124b3c438c41b73cde6d138f6284630e7ea63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c01f57fef4bdb4922efdfeeaeca124b3c438c41b73cde6d138f6284630e7ea63, en de alinea staat in dat document op bytes 9757 tot 10588.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c01f57fef4bdb4922efdfeeaeca124b3c438c41b73cde6d138f6284630e7ea63 | shasum -a 256