Citaat | Hoge Raad 14 december 2012

Alinea 56 Hoge Raad 14 december 2012

Een alinea uit Hoge Raad 14 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY0966.

3.5.3 Voorts kan uit de wetsgeschiedenis van art. 287a Fw worden afgeleid dat de invoering van de gedwongen schuldregeling erop is gericht een voorziening te bieden voor schuldenaren die enerzijds niet in het minnelijke traject in samenspraak met hun schuldeisers een regeling van hun schuldenlast kunnen treffen en anderzijds niet voldoen aan de strenge eisen die gelden voor toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Kamerstukken II 2004-2005, 29 942, nr. 3, p. 3 en 17). Daarnaast heeft de wetgever met de verankering in de wet van de gedwongen schuldregeling beoogd de toepassing van de schuldsaneringsregeling zoveel mogelijk te voorkomen (Kamerstukken II 2005-2006, 29 942, nr. 7, p. 25). Het is dan ook niet goed verenigbaar met de strekking van art. 287a Fw om de toewijsbaarheid van een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling aan te merken als een noodzakelijke voorwaarde voor de toewijsbaarheid van een verzoek om een bevel tot instemming met een schuldregeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8250cbcbcfd6038db21fb533ae41e47cff2af752ec79dac3b7accd01c7020aba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8250cbcbcfd6038db21fb533ae41e47cff2af752ec79dac3b7accd01c7020aba, en de alinea staat in dat document op bytes 15025 tot 16037.