Citaat | Hoge Raad 2 november 2012

Alinea 60 Hoge Raad 2 november 2012

Een alinea uit Hoge Raad 2 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY2000.

Nu de rechtbank blijkens haar hiervoor in 3.2.2 weergegeven overweging de toepassing van het kamerprogramma heeft aangemerkt als een dwangbehandeling in de zin van art. 38b en 38c Wet Bopz, over de toepassing van een zodanige dwangbehandeling kan worden geklaagd op de voet van art. 41 lid 1, en niet blijkt dat de rechtbank heeft onderzocht of betrokkene schriftelijk is geïnformeerd over de beslissing om het kamerprogramma toe te passen en over de gronden waarop die beslissing berust - zodat in cassatie moet worden aangenomen dat dit is nagelaten - geeft het oordeel van de rechtbank blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De bestreden beschikking kan derhalve niet in stand blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bef436cd17a2240e39d1661baeb1853c6f423c3d0e3cfdcf05d608ca4174c886. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bef436cd17a2240e39d1661baeb1853c6f423c3d0e3cfdcf05d608ca4174c886, en de alinea staat in dat document op bytes 17514 tot 18218.