Citaat | Hoge Raad 4 december 2012
Alinea 33 Hoge Raad 4 december 2012
Een alinea uit Hoge Raad 4 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY2818.
2.5. De Officier van Justitie heeft te kennen gegeven dat hij voornemens is in de strafzaak van de klager als verdachte de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag te vorderen. Gelet daarop is de Rechtbank met haar beslissing in de beklagprocedure vooruitgelopen op het in de hoofdzaak te geven oordeel. In haar beslissing ligt immers besloten dat het inbeslaggenomen geldbedrag als de vrucht van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv niet voor verbeurdverklaring in aanmerking komt. Het onderzoek in raadkamer had echter de vraag moeten betreffen of het belang van strafvordering zich tegen teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag verzet omdat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring daarvan zal bevelen. Dit heeft de Rechtbank miskend. Daarover klaagt het middel terecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b5d4d9bd132c95e6eb237b57c192cbfc106829c8544568c473ebff453383f05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b5d4d9bd132c95e6eb237b57c192cbfc106829c8544568c473ebff453383f05, en de alinea staat in dat document op bytes 11584 tot 12491.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b5d4d9bd132c95e6eb237b57c192cbfc106829c8544568c473ebff453383f05 | shasum -a 256