Citaat | Hoge Raad 11 december 2012

Alinea 23 Hoge Raad 11 december 2012

Een alinea uit Hoge Raad 11 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY4317.

Op 1 april 2009 heb ik, verbalisant [verbalisant 3], een aantal goederen gecontroleerd welke uit de auto van [verdachte] kwamen. Ik, [verbalisant 3], heb een Ipod MP3-speler opgeladen middels een oplaadstekker, welke eveneens in de auto van [verdachte] aanwezig was. Ik, [verbalisant 3], zette vervolgens de Ipod aan en zag dat, nadat het apparaat ingeschakeld was, de naam [betrokkene 2] verscheen. Ik, [verbalisant 3], ben vervolgens in onze bedrijf processen systeem de naam [betrokkene 2] gaan raadplegen en kwam toen uit bij het adres [a-straat 1] te [plaats], waarop op 11 januari 2009 bij een woninginbraak had plaatsgevonden, waarbij een Ipod was weggenomen. Ik, [verbalisant 3], heb vervolgens op 1 april 2009 telefonisch contact opgenomen met aangever [betrokkene 1], die bevestigde dat [betrokkene 2] bij hun woonachtig is. Ik vernam tevens dat er van [betrokkene 2] een kleine zilveren Ipod was weggenomen tijdens de woninginbraak op het adres [a-straat 1] te [plaats].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67e66b026fdba282f72c0b4ab902408aace68c7a695552ce2460d4a952f731bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67e66b026fdba282f72c0b4ab902408aace68c7a695552ce2460d4a952f731bf, en de alinea staat in dat document op bytes 7858 tot 8852.