Citaat | Hoge Raad 30 november 2012
Alinea 30 Hoge Raad 30 november 2012
Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY4669.
3.2 Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de advocaat van [verzoeker] zich over deze te late betaling uitgelaten en, kort gezegd, een beroep gedaan op de hardheidsclausule van art. 282a lid 4 in verbinding met art. 427b Rv. Daartoe heeft hij gesteld dat hij de nota griffierecht pas op 26 juni 2012 in zijn postbus heeft aangetroffen en vervolgens binnen twee dagen heeft betaald. Eerdere betaling, zonder nota, zou volgens de advocaat geen nut hebben gehad omdat het notanummer vermeld moet worden. Ten slotte heeft hij met een beroep op art. 6 EVRM gesteld dat niet-ontvankelijkverklaring als sanctie wegens niet tijdige betaling onevenredig zwaar is in verhouding tot het verzuim.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1edb14fcb719537793b5a20e7e33e0fdf5d4f0c2c354b7925b99c34689d8d5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1edb14fcb719537793b5a20e7e33e0fdf5d4f0c2c354b7925b99c34689d8d5f, en de alinea staat in dat document op bytes 7155 tot 7854.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c1edb14fcb719537793b5a20e7e33e0fdf5d4f0c2c354b7925b99c34689d8d5f | shasum -a 256