Citaat | Hoge Raad 18 december 2012

Alinea 61 Hoge Raad 18 december 2012

Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY5303.

2.4. Tegen de achtergrond van de hiervoor weergegeven geschiedenis van de totstandkoming van art. 287 Sv en de in de art. 288a en 289 Sv vervatte regeling met betrekking tot de gang van zaken bij het verhoor van getuigen ter terechtzitting moet worden aangenomen dat de in het eerste lid van art. 287 Sv bedoelde vaststelling door de voorzitter welke - al dan niet op de voet van art. 260, vierde lid, Sv door de verdachte meegebrachte - personen als getuigen ter terechtzitting zijn verschenen, plaatsvindt onmiddellijk nadat de zaak door het openbaar ministerie is voorgedragen, en dat het tweede lid van art. 287 Sv betrekking heeft op die getuigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12c86cd7037ca466edde3735bf502ce44e311a621a25db7055d3a2449e12c04b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12c86cd7037ca466edde3735bf502ce44e311a621a25db7055d3a2449e12c04b, en de alinea staat in dat document op bytes 16653 tot 17318.