Citaat | Hoge Raad 2 juli 2013
Onder 2.2.1. Hoge Raad 2 juli 2013
Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:104.
Ik doe aangifte van zware mishandeling. Sinds 1 juli 2007 ken ik mijn vriend [verdachte]. [verdachte] was in mijn ogen de laatste zes maanden extreem veranderd. Agressief, onvoorstelbaar, man met twee gezichten zowel non-verbaal als verbaal. Vanmorgen 5 juni belde [verdachte] mij op. [verdachte] zei dat ik direct naar Amersfoort moest komen. [verdachte] was met mijn auto, een Peugeot 206 met kenteken [AA-00-AA]. Ik moest op de passagiersstoel plaatsnemen. Ineens haalde [verdachte] eenmaal keihard uit althans ik voelde een keiharde klap tegen mijn neus en jukbeen aan. [verdachte] sloeg tijdens het rijden met zijn arm met volle kracht opzij. Ik voelde meteen dat mijn neus bloedde. Ik voelde een hevige pijnscheut in mijn neus en jukbeen. Ik voelde mijn wang kraken en dacht meteen nu is er echt wat gebroken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db4e0954ad0bdf2b3cbe40baf1a31cb2161789028063a8fac5a678d3bae25e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db4e0954ad0bdf2b3cbe40baf1a31cb2161789028063a8fac5a678d3bae25e64, en de alinea staat in dat document op bytes 7757 tot 8586.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db4e0954ad0bdf2b3cbe40baf1a31cb2161789028063a8fac5a678d3bae25e64 | shasum -a 256