Citaat | Hoge Raad 2 juli 2013

Onder 2.2.1. Hoge Raad 2 juli 2013

Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:104.

Uit het raadplegen van het Bedrijfsprocessensysteem van de Politieregio Flevoland bleek mij dat op vrijdag 6 februari 2009 omstreeks 13.02 uur een onbekend gebleven getuige naar de politie had gebeld en had doorgegeven dat hij had gezien dat op een parkeerplaats van de McDonalds te Lelystad de inzittenden van een blauwe Peugeot voorzien van het kenteken [AA-00-AA], ruzie met elkaar hadden. De inzittenden waren een man en een vrouw. De getuige gaf door dat hij had gezien dat de vrouw door de man in het gezicht geslagen werd. Direct daarna had hij bloed gezien in het gezicht van de vrouw. Collega's van de politie Flevoland controleerden kort hierop genoemde auto en zagen dat in de auto [verdachte] zat en [betrokkene 1]. [betrokkene 1] had geronnen bloed in haar neusgaten en bloed op haar kleding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db4e0954ad0bdf2b3cbe40baf1a31cb2161789028063a8fac5a678d3bae25e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db4e0954ad0bdf2b3cbe40baf1a31cb2161789028063a8fac5a678d3bae25e64, en de alinea staat in dat document op bytes 11361 tot 12179.