Citaat | Hoge Raad 2 juli 2013

Onder 4.5. Hoge Raad 2 juli 2013

Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:104.

Voor zover het middel klaagt dat het oordeel van het Hof dat de aangeefster als "levensgezel" in de zin van art. 304 Sr kan worden aangemerkt, onvoldoende met redenen is omkleed, is het terecht voorgesteld, nu de bestreden uitspraak omtrent de in voormelde toelichting bedoelde aard en hechtheid van de betrekking tussen de verdachte en de aangeefster blijkens haar op 5 juni 2009 afgelegde verklaring niet meer inhoudt dan dat zij de verdachte sinds 1 juli 2007 kent en hem als haar "vriend" aanduidt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db4e0954ad0bdf2b3cbe40baf1a31cb2161789028063a8fac5a678d3bae25e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db4e0954ad0bdf2b3cbe40baf1a31cb2161789028063a8fac5a678d3bae25e64, en de alinea staat in dat document op bytes 24015 tot 24530.