Citaat | Hoge Raad 12 november 2013

Onder 2.4. Hoge Raad 12 november 2013

Een alinea uit Hoge Raad 12 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1179.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij een auto heeft bestuurd, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, hetgeen hij wist of redelijkerwijs had moeten weten. De raadsman heeft ter terechtzitting van het hof van 21 november 2011 betoogd dat verdachte van de betreffende beslissing van 16 september 2009 van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen niet op de hoogte was, niettegenstaande het feit dat die beslissing hem aangetekend is toegezonden en deze niet retour is ontvangen door het CBR. De raadsman heeft in dit verband gewezen op een uitspraak van dit hof van 17 februari 2011, waarin wordt gesteld dat "uit de omstandigheid dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte per aangetekende brief is verzonden en die brief niet retour is gekomen niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard". Het hof kwam in die zaak tot een vrijspraak. Nu eenzelfde situatie zich in deze zaak heeft voorgedaan - aldus de raadsman - dient verdachte te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db48efb611dc86e3d6951fb41b6131e6e8b5fe60bef0f0d0211c4c2c351894ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db48efb611dc86e3d6951fb41b6131e6e8b5fe60bef0f0d0211c4c2c351894ef, en de alinea staat in dat document op bytes 12337 tot 13464.