Citaat | Hoge Raad 12 november 2013

Onder 2.4. Hoge Raad 12 november 2013

Een alinea uit Hoge Raad 12 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1179.

In de thans ter beoordeling staande zaak zijn er echter (meer) omstandigheden, die verdachte hadden kunnen en ook moeten alarmeren inzake de vraag of zijn rijbewijs nog wel geldig was. Uit de documentatie van verdachte blijkt dat hij op 6 juni 2008 en 11 juni 2009 is aangehouden ter zake van een alcohol verkeersdelict voor welke feiten hij op 15 februari 2010 respectievelijk 13 december 2010 is veroordeeld door de politierechter Zwolle-Lelystad. Op 8 december 2010 heeft verdachte, nadat hij was aangehouden voor het onderhavige strafbare feit, ten overstaan van verbalisanten verklaard dat hij op enig moment na zijn (tweede) aanhouding een brief heeft ontvangen van het CBR, inhoudende dat hij de EMA-cursus moest volgen. Omdat verdachte de daarmee gemoeide kosten niet kon betalen, heeft hij telefonisch contact gezocht met het CBR. In dat gesprek werd hem - volgens zijn eigen verklaring - verteld dat het niet volgen van die cursus consequenties zou hebben voor zijn rijbewijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db48efb611dc86e3d6951fb41b6131e6e8b5fe60bef0f0d0211c4c2c351894ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db48efb611dc86e3d6951fb41b6131e6e8b5fe60bef0f0d0211c4c2c351894ef, en de alinea staat in dat document op bytes 14004 tot 15003.