Citaat | Hoge Raad 15 november 2013
Onder 4.2 Hoge Raad 15 november 2013
Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1245.
In laatstgenoemd geval dient de rechter, indien de opvolgend advocaat uitstel vraagt op de grond dat hij na overname van de behandeling van de zaak nog onvoldoende gelegenheid heeft gehad om de proceshandeling voor te bereiden waarvoor de zaak op de rol staat, op de voet van de algemene regels voor uitstel (de art. 2.11 – 2.13 Lpr) in beginsel een uitstel van twee weken te verlenen. Een uitstelverzoek als het onderhavige kan slechts worden afgewezen indien de rechter ambtshalve of naar aanleiding van bezwaren van de wederpartij, waarop de uitstelverzoeker heeft kunnen reageren, aannemelijk acht dat uitstel onverenigbaar is met art. 20 Rv of de eisen van een goede procesorde. Daarvan is onder meer sprake als de rechter aannemelijk acht dat de wisseling van advocaat plaatsvindt om aan de gevraagde akte van niet-dienen te ontkomen. De rechter zal de redenen voor zijn afwijzing van het uitstelverzoek uitdrukkelijk moeten vermelden en zijn beslissing daaromtrent moeten motiveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcb0cf91f267f88e7d54a6d5f9803e1705624181f1303df0ec52f373dd9118df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcb0cf91f267f88e7d54a6d5f9803e1705624181f1303df0ec52f373dd9118df, en de alinea staat in dat document op bytes 15159 tot 16176.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcb0cf91f267f88e7d54a6d5f9803e1705624181f1303df0ec52f373dd9118df | shasum -a 256